zondag 28 maart 2010

Hoofdstuk 2.4: Het ontwerp argument

Ik ben bezig dit sub-hoofdstuk te updaten, aanpassen, verbeteren en uit te breiden. De vernieuwde versie valt hier zo snel mogelijk te lezen




4. Het teleologische argument van ontwerp
(precieze afstelling/ fine tuning)



Ontwerp argumenten zijn waarschijnlijk de bekendste argumenten voor het bestaan van God. Wat natuurlijk ook niet zo vreemd is aangezien God niet alleen de schepper van het universum is maar ook de intelligente ontwerper van het universum. We leven tenslotte niet in een wereld van totale chaos maar in een universum van orde en harmonie. Wanneer we de wereld om ons heen zien; de orde van de natuur, de beweging van de planeten rond de zon, water dat in een steeds herhaalde cyclus verdampt en weer terug in de zee beland, enzovoorts enzovoorts, dan zien we een systeem van orde, niet chaos en pure willekeurigheid. Op het moment dat je dit leest zijn er honderdduizend processen aan de gang in, op en rondom de aarde.

Het teleologische argument vind zijn bekendste oorsprong in de woorden van William Paley, die leefde van 1743 tot 1805. Hij formuleerde het bijna legendarische “horlogemaker’s argument”.
Zijn argument ging als het volgt:


Stel je voor dat je over een heuvel loopt en je stoot je voet tegen een steen. Als iemand je zou vragen hoe die steen daar is terecht gekomen, zou je kunnen zeggen dat voor het zelfde geld die steen er altijd al gelegen heeft. Achter een steen zou je niet gelijk een verklaring gaan zoeken. Maar stel je voor dat je een horloge aantreft boven op de heuvel en iemand zou je vragen hoe dat horloge daar terecht was gekomen; je zou dan zeker niet het zelfde antwoord geven als bij de steen. Je zou meteen weten dat, ondanks je niet hebt gezien hoe het horloge daar terecht gekomen is, er een horlogemaker geweest moet zijn die het horloge in elkaar heeft gezet en zijn delicate structuur en werking met technische precisie ontworpen heeft.En die het horloge bedoeld heeft voor een specifieke doel; om de tijd weer te geven. Ondanks dat je de horlogemaker niet kan zien, en zijn naam niet bij je bekend is en ondanks dat je misschien nooit dit soort horloge gezien hebt; toch kun je aan de complexiteit, de precisie en de doelmatigheid afleiden dat een horlogemaker nodig is om het bestaan van het horloge te verklaren. Om te zeggen dat het horloge door puur toeval ontstaan is zou door ieder weldenkend mens als absurd zijnde gezien worden. Maar bevind de zelfde delicate precisie, de zelfde tekenen van intelligent ontwerp en doelmatigheid niet ook in de wereld om ons heen? Werkt de hele natuur niet als een goedlopend horloge? Als de telescoop een uitvinder en ontwerper nodig heeft, moet dan niet het zelfde gelden voor het menselijke oog dat de telescoop gebruikt? Het menselijke oog dat een vele hogere mate van complexiteit vertoond dan de telescoop waar het doorheen kijkt? Wanneer je een stel kronkelende lijnen op het strand ziet staan kun je nog zeggen dat de zee deze lijnen veroorzaakt heeft, maar wanneer je op het strand geschreven ziet staan “Theo houdt voor altijd van Geertruida”, kun je dan nog stellen dat zee dit door puur toeval geschreven heeft? Als voor al deze dingen een intelligentie nodig is, een ontwerper, hoe kan je dan stellen dat de hele wereld om ons heen door puur toeval gevormd is?
Als het horloge een maker nodig heeft; heeft de wereld dan niet ook een maker nodig?



Ik denk dat het niet moeilijk is om de logica in Paley’s argument te zien. En in zijn tijd hadden mensen nog niet eens een idee van de extreme complexiteit van de wereld zoals wij die hebben. Hoe meer de wetenschap de wereld onderzoekt, hoe meer we er achter komen hoe ingewikkeld de wereld in elkaar zit. De DNA cel is het meest complexe informatie systeem dat we kennen. Een cel functioneert als een goedwerkende stad. Een simpel fruitvliegje is complexer dan het meest moderne computer systeem. Een computer komt nog niet eens in de buurt van de informatie die je eigen hersenen verwerken iedere seconde. De DNA cel bevat meer informatie dan de Grand Canyon gevuld met encyclopedieën. De mens kan met al zijn technologie geen camera maken die functioneert als het menselijk oog; of een robothand die functioneert als de hand van een mens. Dat wat we vinden in de natuurlijke wereld is niet eens duizenden, maar zelfs miljoenen keer zo complex als datgene wat wij kunnen maken ondanks al onze moderne kennis en technologie.

Echter, in het midden van de 19e eeuw dacht men hier de oplossing voor te hebben gevonden. De bioloog Charles Darwin ontdekte een proces in de natuur dat de diversiteit en complexiteit van de wereld kon verklaren: Evolutie. Voor Darwin was door geologen al ontdekt dat de aarde vele malen ouder was dan dat de mensen voorheen dachten dat het was. De leeftijd van de aarde werd standaard geschat op maar enkele duizenden jaren oud te zijn. Inmiddels weten we dat de aarde 4,6 miljard jaar oud is (dat is 4.600.000.000 jaar). Sinds Darwin hebben we ontdekt dat over deze enorme lengte van tijd, dieren door natuurlijke selectie en mutaties van simpele cellen tot hun huidige complexe vormen zijn geëvolueerd en wijzelf bleken dezelfde voorouders te hebben als apen.

Bepaalde groepen Christenen genaamd creationisten (creationisten zijn christenen die er van overtuigd zijn dat evolutie niet waar is omdat het in hun ogen tegen de bijbel in gaat) proberen tot op heden uit alle macht de evolutietheorie te ontkrachten. Maar hun argumenten falen herhaaldelijk stuk voor stuk. Evolutie is vandaag de dag een van de sterkst onderbouwde wetenschappelijke theorieën en zo was er een natuurlijke verklaring gevonden voor de complexiteit van de natuur, en hiermee werd Paley’s horlogemakers argument begraven.

Maar is dat ook zo? Heeft wetenschap daadwerkelijk, God de ontwerper, verbannen? Of is het dat Paley een fout maakte in zijn argument?

Keek Paley wel naar de juiste voorbeelden? Het is natuurlijk erg makkelijk naar buiten te kijken en te zeggen: “kijk naar de bomen en de dieren, dit moet toch wel door God gemaakt zijn.” Maar wat je wel moet beseffen dat zelfs als God direct alles gemaakt heeft, dan nog is bijna niks dat we NU zien in de wereld ook daadwerkelijk direct door God gemaakt. Onze lichamen zijn niet door God gemaakt, of Hij nu bestaat of niet, want onze lichamen komen voort uit onze ouders. Bomen komen voort uit zaden. Zelfs als God bomen direct heeft gemaakt, dan zijn dat niet de bomen die we NU zien.

Met andere woorden, dat wat we nu zien is sowieso het RESULTAAT van God’s ontwerp.

Als we kijken naar menselijke ontwerpers vandaag de dag dan ontwerpen ook zij meestal dingen niet vanaf hun absolute begin. Wij gebruiken meestal computerprogramma’s. Er is geen noodzaak om ieder detail te ontwerpen aangezien we in computer programma’s specifieke regels opgesteld hebben waaruit het gewenste ontwerp voortvloeit. In Paint bijvoorbeeld hoef je niet, wanneer je afbeelding wilt verkleinen, de hele computercode uit te schrijven maar kun je de gewenste afmeting aangeven. Vroeger speelde ik altijd het spelletje Worms. Je kent dat misschien nog wel, van die cartoon-achtige wormen die elkaar bevechten. Je kon daarbij ook zelf levels maken. Je hoefde dan echter niet heel dat level vanaf de absolute basis op te bouwen, maar je kon gewoon gewenste details invullen en het level vloeide dan uit zichzelf daar uit voort.

Het probleem met Paley’s argument is dat hij zich richtte op het resultaat van God’s design in plaats van het systeem waarin de vorming van de wereld zich plaats vind. Net zoals bij een computerprogramma zit het feitelijke ontwerp niet in wat je met het programma kunt, maar de fundamentele regels waarop het programma gebaseerd is.

Als we bijvoorbeeld kijken naar het draaien van de planeten rond de zon, is het dan zo dat zelfs wanneer God dit direct gemaakt heeft, dat hij dan letterlijk continue de planeten rond de zon aan het draaien is? Nee, natuurlijk niet. Zelfs Isaac Newton die in het planetaire systeem het ontwerp van God zag geloofde uiteraard niet dat God, bij wijzen van spreken, met een onzichtbare hand de planeten in hun baan leidde; maar dat God een systeem had opgesteld waarin de banen van de planeten het resultaat was.
Als we kijken naar het universum zien we dat het functioneert volgens enkele hele specifieke regels; de zogenaamde natuurwetten. Dit is het systeem, de regels of het “framework” waar de natuurlijke wereld naar functioneert. Als we willen zoeken naar het ontwerp van God, dan is dit de plaats waar we het moeten zoeken.

De natuurwetten zijn hele specifieke regels die “regelen” hoe de materie en energie in het universum zich gedraagt. Een voorbeeld is de wet van zwaartekracht die ervoor zorgt dat objecten die zwaarder zijn objecten die lichter zijn aantrekken. Zwaartekracht houdt ons bijvoorbeeld op de aarde. Maar hoe sterk de zwaartekracht ook is, het trekt ons niet door de grond heen.

Maar als je naar de atomen kijkt waaruit de grond is opgebouwd dan ontdek je dat atomen vrijwel leeg zijn. Een waterstofatoom bijvoorbeeld bestaat alleen uit een proton (de kern) en een elektron die er omheen draait. Maar stel je voor dat je een waterstofatoom zo groot zou kunnen maken als een voetbal en je zou die neerleggen op de middenstip van de Amsterdam arena; dan zou op die schaal de elektron rond heel Amsterdam zweven, kilometers van de proton af. Met andere woorden: er zit voornamelijk leegte tussen de elektron en de proton. Toch kun je niet dwars door een atoom heen vallen, ook al trekt zwaartekracht uit alle macht aan je, omdat er een kracht is genaamd elektromagnetisme die de elektron en de proton verbindt. Elektromagnetisme en zwaartekracht zijn 2 voorbeelden van natuurwetten.

De natuurwetten zijn de regels die het universum tijdens zijn hele vorming van het begin tot nu geleid hebben. Ik zal even kort uitleggen hoe dat in zijn werk is gegaan. Ik had het in het gedeelte over het kalam cosmologische argument al over de oerknal. De oerknal zelf kom ik straks nog op terug, Laten we beginnen met de periode vlak na de oerknal.
(let wel dat mijn uitleg een erg versimpelde versie is.)

Van het begin van het universum tot nu:

Vlak na het ontstaan van het universum, toen het nog extreem klein was, was er nog geen materie. Atomen bestonden nog niet, slechts energie die zich vormde in de deeltjes waaruit atomen zijn opgebouwd. Deze botste tegen elkaar aan in de enorme hitte en beweging en bleven aan elkaar “plakken” om zo weer grotere objecten te vormen. Dit waren de eerste atomen. Er bestond echter alleen nog waterstof (de simpelste vorm van atoom, namelijk 1 proton en 1 elektron) en een beetje helium (2 protonen en 1 elektron). Deze botste weer tegen elkaar aan om weer grotere objecten te vormen. Doordat zwaartekracht kleinere objecten naar grotere objecten toetrekt bleef dit proces voortduren. In feite was het hele universum alleen maar een enorme wolk waterstof. Deze wolk werd langzaam maar zeker in meerdere grotere objecten getrokken. Dit werden de eerste sterren. Doordat er zoveel zwaartekracht is in de kern van een ster wordt de waterstof zo hard in elkaar gedrukt dat het helium wordt. De energie die hierbij vrij komt is wat er voor zorgt dat sterren “branden” en licht geven. Die sterren begonnen door de zwaartekracht allemaal in groepen rond elkaar te draaien, in bollen of schijven van sterren. Dit waren de eerste sterrenstelsels. In de sterren bleven de kernen maar meer en meer onder druk staan waardoor ook de helium in elkaar gedrukt werd en zo nog zwaardere elementen vormde. Maar deze zaten “gevangen” in het midden van de sterren. Een ster kan echter niet oneindig lang blijven branden. Zo gauw hij “zonder brandstof” komt te zaten explodeert te ster. Dit heet een supernova. Hierbij worden alle elementen naar buiten geworpen. Dan trekt zwaartekracht de elementen weer bij elkaar. De lichte waterstof vormt snel weer een nieuwe ster maar de zwaardere elementen zoals bijvoorbeeld koolstof klontert al veel sneller samen lang voordat het de plaats van de nieuwe ster weer bereikt. Deze zwaardere elementen vormen kleinere objecten genaamd planeten. En op een van al die planeten vonden chemische processen plaats die leidden tot het vormen van leven waarna ze door mutaties en natuurlijke selectie in hun huidige staat gekomen zijn.

Je ziet dus dat de natuurwetten het hele proces van begin tot eind geleid hebben. Maar wat wil ik hier nu mee zeggen? Laten we even terug gaan naar de oerknal. Als we helemaal terug gaan naar het begin dan vinden we een plek die we niet langer wetenschappelijk kunnen onderzoeken: de "singulariteit", het absolute begin van het universum. Op deze plek zijn de normale natuurwetten niet meer van toepassing. De natuurwetten zijn hier samen met de materie/energie ontstaan.

Maar wat maakt de natuurwetten dan zo bijzonder? Hier is waar de “horlogemaker” komt kijken, of de vergelijking die ik zelf liever maak: de computerdesigner. De natuurwetten hebben namelijk hele specifieke formules. Zwaartekracht bijvoorbeeld heeft een hele specifieke “constante”. Dat wil zeggen in simpele taal: de hoeveelheid zwaartekracht.
Als ik het heb over de constante in de zin van de hoeveelheid zwaartekracht dan bedoel ik niet het feit dat je op de maan minder zwaartekracht hebt dan op de aarde. Ik heb het over de verhouding. Laat me dit even illustreren in een heel simpel voorbeeldje:

Stel dat we 2 planeten hebben: de aarde en planeet x. De aarde is 2 keer zo groot als planeet x. Dat betekent dat als je 50 kilo weegt op de aarde, dat je 25 kilo zou wegen op planeet x (technisch gezien gaat het eigenlijk om massa en niet om gewicht, maar het gaat even om het voorbeeld). Maar stel nou dat we de zwaartekracht constante zouden verdubbelen. Met andere woorden: zwaartekracht zou dubbel zo sterk van toepassing zijn. Dat zou dus betekenen dat je op aarde dan 100 kilo zou wegen en op planeet x 50 kilo. Begrijp je het verschil? De verhouding blijft het zelfde, maar de totale hoeveelheid zwaartekracht wordt verdubbelt.

Maar wat wil ik hier nu mee zeggen?

Natuurkundige hebben ontdekt dat de natuurwetten precies dat moeten zijn wat ze zijn om dit universum te kunnen hebben. Met andere woorden: een universum waarin de regels net ietsje anders zouden zijn zou als resultaat een universum hebben dat niet kan blijven bestaan OF een universum waar geen leven in kan ontstaan.

De bekendste cosmoloog van deze tijd, Stephen Hawking (een Atheïst trouwens) heeft berekent dat als de zwaartekracht constante 0,00000000000000000000000000000000000000000000000001% sterker was geweest, dan zou het universum niet kunnen bestaan. Dan zou het universum namelijk meteen na het ontstaan weer terug in elkaar geklapt zijn. Het universum zou minder dan een seconde na zijn ontstaan weer ten einde zijn gekomen.

Dit is hoe de oerknal in feite verlopen zou zijn als de zwaartekracht constante dat microscopisch kleine percentage sterker was geweest:



We zien hier dus dat het universum met deze sterkere zwaartekracht constante meteen na zijn ontstaan weer in elkaar geklapt zou zijn. Het universum zou dus hoogstens een seconde bestaan kunnen hebben. Dus in geen enkele mogelijke versie van het universum met deze zwaartekracht constante of een nog sterkere constante zou leven kunnen ontstaan (sterker nog, ze zouden überhaupt maar heel even bestaan hebben)

Maar het is niet alleen een sterkere zwaartekracht constante die voor een "mislukt" universum zorgt. Ook een zwakkere constante zorgt voor problemen. Want was de zwaartekracht constante 0,00000000000000000000000000000000000000000000000001% ZWAKKER geweest, dan zou het universum na zijn ontstaan te snel gegroeid zijn waardoor er geen contact zou kunnen zijn tussen de materie zelf. In zo’n universum zou er dus niks meer kunnen bestaan dan losse waterstof atomen (of zelfs die niet eens) waar geen enkele processen tussen zouden kunnen plaats vinden aangezien er geen contact zou zijn tussen de losse atomen. Dit zou dus hebben geleid tot een koud leeg universum waarin geen planeten, geen sterren, zelfs geen chemie zou kunnen plaats vinden. Ook dit zou een "waardeloos" universum zijn.

Dus als zwaartekracht maar een microscopisch klein beetje sterker was geweest dan hadden we geen universum gehad. Maar als zwaartekracht een microscopisch klein beetje zwakker geweest was dan zou er een universum bestaan waarin onmogelijk leven zou hebben kunnen ontstaan of zelfs maar processen zouden kunnen plaats vinden buiten individuele atomen om. Bedenk even goed over hoe klein verschil in zwaartekracht we het hebben.

En zwaartekracht is maar 1 voorbeeld van een "precies afgestelde natuurwet". Zo zijn er nog andere natuurwetten en constantes die op een zelfde manier precies de waarde nodig hebben die ze ook daadwerkelijk hebben. Als de kracht de die kernen van atomen bij elkaar houden (genaamd de “sterke kernkracht”) slechts 0.0000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000001% zwakker was geweest dan zou er helemaal geen chemie hebben kunnen plaats vinden omdat alle atomen dan uit elkaar zouden vallen.

Ik hoop dat je inziet met wat voor enorme getallen we hier te maken hebben. Als we alle getallen van elke natuurwet bij elkaar optellen dan komen we uit op zo’n groot getal dat ik het niet eens op al het printpapier dat ik in huis heb zou kunnen krijgen. Daarom heet dit argument van ontwerp het argument van precieze afstelling (of fine-tuning in het Engels). We observeren een universum met natuurwetten die precies afgesteld zijn op de juiste waarde om een universum toe te laten dat, niet alleen kan blijven bestaan, maar dat ook nog het ontstaan van leven toelaat. De balans die het universum heeft gaat echt ons verstand te boven, dat heb je wel kunnen zien aan die enorm grote getallen.

Met andere woorden: de kans dat dit universum zou ontstaan met deze specifieke natuurwetten is 1 op de 100000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000etc. (ik kan nog wel even doorgaan met nullen schrijven).

Stel je voor dat een papier zou hebben zo groot als de oppervlakte van de hele aarde, en je zou hier een tabel opschrijven met de mogelijke constantes voor de natuurwetten. Je zou een blauwe stip neerzetten voor een universum waarin geen leven kan ontstaan en een rode stip waarin leven wel kan ontstaan. Dan zou je als resultaat een enorme oceaan van blauwe stippen krijgen met hier en daar een paar rode stippen.

Zoals we al in het kalam argument hebben ondervonden is de Atheïst in feite gedwongen om te geloven dat het universum uit absoluut niets is ontstaan. Maar hier zien we dat hij niet alleen moet geloven dat het universum uit absoluut niets is ontstaan, maar dat het ook nog precies is ontstaan met de juiste natuurwetten om ons bestaan toe te laten.

Als je het zou vergelijken met het grote stuk papier wat ik hierboven had beschreven, dan zou de Atheïst in feite moeten geloven dat er een dartpijltje uit het niets ontstond en precies terecht kwam op een rode stip terwijl het een even grote kans had om op iedere willekeurige stop op het hele aardoppervlak te vallen. Maar als je volledig willekeurig een dartpijltje op het papier zou gooien dan is de kans triljarden op triljarden op triljarden keer groter dat het pijltje een blauwe stip raakt in plaats van een rode stip. De aarde zou tenslotte voor 99,99999999999999999etc% bedekt zijn met blauwe stippen en slechts een paar roden stippen.

Maar laten we nu een vergelijking treffen met het computerprogramma waarmee ik begon. Laten we zeggen dat we als experiment een computer volledig willekeurig een computerprogramma laten maken. De computercode wordt dus volledig willekeurig bepaald. Er zijn triljarden mogelijkheden voor een computercode, maar slechts een hele specifieke geeft een goed werkend programma als resultaat.
Als we dit computersysteem een programma laten maken dat een digitaal universum zou voortbrengen, dan zou het niet werken als we het puur willekeurig een programma laten maken. Het programma zou waarschijnlijk niet eens werken, of als het zou werken zou het programma zijn functie voor geen meter kunnen uitvoeren. De kans dat we een programma zouden verkrijgen dat precies het juiste digitale universum-model voortbrengt zoals de onze is zeer, zeer extreem laag.

Als we een goed werkend programma zien, dan is pure kans niet de logische verklaring. In plaats daarvan zien we hierin ontwerp, intentie en precisie.

Maar we hebben dit ontwerp argument nog niet in een syllogisme gezet. Laten we dat nu doen:



1. De precieze afstelling van de natuurwetten is het resultaat van:
A: fysieke noodzakelijkheid
B: kans

C: Ontwerp
2. De precieze afstelling van de natuurwetten is niet het resultaat van fysieke noodzakelijkheid of kans.
3. Conclusie, de precieze afstelling van de natuurwetten is het resultaat van ontwerp


Nog een andere vorm is:

1. Precieze afstelling is waarschijnlijk als het universum ontworpen is
2. Precieze afstelling is niet waarschijnlijk als het universum niet ontworpen is
3. Conclusie, het is aannemelijk dat het universum ontworpen is.



Nu zul je zeggen: “Huh, wat is dat “fysieke noodzakelijkheid” in punt 1 van de eerste versie van het argument?”
Dit heeft te maken met de manier waarop Atheïsten het probleem van precieze afstelling proberen te verklaren. We gaan nu kijken naar hun verklaringen en ik laat zien waarom ze niet werken:


Fysieke noodzakelijkheid:

Slechts weinig cosmlogen houden deze positie aan, maar aangezien je dit af en toe als tegen-argument hoort van Atheïsten is het belangrijk om te bespreken. Het idee van fysieke noodzakelijkheid is het idee dat er gewoon geen andere constantes mogelijk zijn. Dus dat de natuurwetten die het universum heeft de enige mogelijke natuurwetten zijn. Deze positie heeft echter een hele hoop problemen. Op de eerste plaats is er geen enkele wetenschappelijke reden om aan te nemen dat de natuurwetten alleen maar deze constantes kunnen hebben. Daarnaast is er ook geen enkele logische reden om aan te nemen dat de natuurwetten alleen maar deze constantes kunnen hebben. Er is makkelijk een wereld voor te stellen waarin andere natuurwetten bestaan. Als we dit argument dus samenvoegen met het Leibniziaanse cosmologische argument dan kunnen we heel makkelijk vragen: waarom bestaat er een universum met deze natuurwetten in plaats van een universum met andere natuurwetten, of sterker nog met GEEN of ANDERE SOORTEN natuurwetten. Bijvoorbeeld een universum waarin er überhaupt geen zwaartekracht bestaat. De Atheïst zou dus in feite moeten beweren dat in iedere mogelijke vorm van realiteit er noodzakelijk een universum bestaat met niet alleen deze natuurwetten maar ook nog eens deze natuurwetten met deze specifieke precieze afstellingen.

Verder is er ook geen wetenschappelijke reden om te denken dat de constantes niet anders hadden kunnen zijn. Zelfs in snaren-theorie is de hoeveelheid mogelijke universums: 100000000000000000000000000000000000000000000000000000000000
0000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000.
Ik denk dat je wel begrijpt waarom deze positie dus niet erg populair is onder Atheïsten.

De Theorie-van-Alles:

Wetenschappers proberen al decennia achter een theorie van alles te komen. Dat wil zeggen: een theorie die alle natuurwetten met elkaar verbind. Dus 1 theorie die verklaart hoe het hele universum functioneert. Sommige Atheïsten stellen dat dit het probleem van precieze afstelling oplost omdat dit zou betekenen dat er maar 1 natuurwet is. Er zijn echter 2 problemen met dit idee. Op de eerste plaats is het erg onwaarschijnlijk dat zo’n theorie ook echt daadwerkelijk gevonden kan worden. Veel wetenschappers staan hier erg sceptisch tegenover. Maar laten we niet de zwartkijker gaan uithangen en stellen dat een theorie van alles daadwerkelijk gevonden wordt. Lost dit echter het probleem op? Nee, want het enige dat dit kan doen is het getal verkleinen. Met getal bedoel ik het getal van de kans dat een universum zou ontstaan met deze specifieke natuurwetten. De 1 op 1000000000000000000000000000000000000000000000000000
00000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000 etc. Waar ik het al eerder over had. Het enige wat een theorie van alles zou doen, is dit getal verkleinen. Maar aangezien dit getal zo ongelooflijk overdreven extreem groot is zou het voor het ontwerp argument niet eens uitmaken als de kans een miljoen keer verkleint zou worden door de theorie van alles. Het zal nogsteeds een extreem hoog getal zijn. En als je stelt dat de theorie van alles fysiek noodzakelijk is dan zit je nog steeds met het probleem dat ik hiervoor al geschetst had. De natuurwetten of natuurwet blijft hoe dan ook contingent.

Fysieke noodzakelijkheid om het probleem van precieze afstelling te vermijden valt dus af.
Nu zal het dus moeten gaan tussen kans en ontwerp. Laten we nu dus kijken naar de kans verklaringen die Atheïsten geven:

Het zwak-anthropisch principe:

Dit klinkt vrij ingewikkeld maar het is in feite heel simpel. Het idee hierachter is dat we niet verbaast moeten zijn om een universum te observeren met zulke precieze natuurwetten, omdat als de natuurwetten niet zo precies zouden zijn dan zouden wij niet hebben bestaan om deze vraag überhaupt te kunnen stellen.

Ik heb me echter altijd afgevraagd hoe dit überhaupt een tegen-argument is. Ik bedoel, het is zoiets als zeggen wanneer er opeens een olifant uit de lucht in je tuin valt en iemand vraagt hoe het mogelijk is dat dit gebeurd kan zijn, dat je dan antwoord: ja maar als het niet gebeurd zou zijn dan zouden we ons nu niet staan af te vragen hoe die olifant in mijn tuin komt.

Ik snap ook wel dat we ons de kwestie van precieze afstelling niet zouden kunnen hebben afvragen als die precieze afstelling niet aanwezig was, de vraag is alleen HOE HET KOMT dat de precieze afstelling aanwezig is.

Dit argument komt echter ook in een subtielere vorm voor. Hierbij vergelijkt de Atheist de precieze afstelling met een spelletje poker of een loterij. De kans op 4 azen is namelijk heel erg klein. Maar als je iemand zou vragen of de kans op 4 azen kleiner is dan de kans op ruiten boer, schoppen 2, schoppen 10 en een harten heer, dan zouden veel mensen zeggen dat de kans op 4 azen kleiner is. Maar dit is echter niet het geval. De kans op iedere willekeurige 4 kaarten is even klein. Alleen de reden dat we de kans op 4 azen kleiner zien als 4 andere willekeurige kaarten is omdat we daar een speciale betekenis aan geven. De Atheïst kan zeggen dat het met de precieze afstelling precies zo is; dat iedere willekeurige set constantes een even groot kans heeft maar dat we aan deze specifieke set een speciale betekenis geven. Een ander voorbeeld dat ze kunnen geven is dat van een loterij. Iedereen heeft een even grote kans om te winnen, maar wie ook zal winnen, ze zullen hoe dan ook zeggen: “goh, dat is wel heel toevallig dat net specifiek ik heb gewonnen en niet iemand anders.”

Maar mensen die dit tegen-argument geven begrijpen het ontwerp argument blijkbaar niet. Het is inderdaad waar dat de kans op iedere willekeurige set natuurwetten even groot is, maar de kans dat het een set natuurwetten is dat het ontstaan van leven mogelijk maakt of zelfs maar het bestaan van een universum dat langer dan een seconde blijft bestaan of processen heeft is microscopisch vergeleken met de kans dat het een dood en leeg universum als resultaat geeft.

Als we dus een vergelijking met poker willen trekken dan is het een betere vergelijking als we zeggen: “Hier zijn triljoenen kaarten, kies er willekeurig 4 uit en als het GEEN 4 azen zijn dan ben je dood. “ De kans dat je dan blijft overleven is absoluut minuscuul.

En in het geval van de loterij zou het een betere vergelijking zijn als we zouden zeggen dat het een loterij is waarbij er triljoenen mannen meedoen en 1 vrouw. Iedereen heeft een even groot kans om te winnen, maar de kans dat het een vrouw is, is astronomisch klein.

Een multiversum?:

Maar er is een bijna “officiële” verklaring voor het probleem van precieze afstelling. En dat is het idee van een multiversum in plaats van een universum. Dat wil dus zeggen dat er meer universums bestaan dan deze, ieder met zijn eigen natuurwetten.
Als je dit vergelijkt met een loterij dan kan de kans nog zo klein zijn om te winnen, maar als je gewoon triljoenen lootjes hebt gekocht dan win je vast en zeker.

Wanneer je Atheïsten confronteert met het probleem van precieze afstelling, dan in 9 van de 10 gevallen zullen ze een multiversum als verklaring geven. Er zijn echter een aantal interessante dingen op te merken aan dit idee.

Op de eerste plaats is het idee van een multiversum in cosmologie specifiek ontstaan door het probleem van precieze afstelling. Er is niks in ons universum dat er op wijst dat er meerdere universums bestaan, behalve het feit dat de natuurwetten zo precies zijn afgesteld, en aangezien dit schreeuwt om een verklaring proberen cosmologen (die vanuit de wetenschappelijke discipline gedwongen zijn om een natuurlijke verklaring te zoeken) de kans te vergroten door voor te stellen dat er meerdere universums zijn. Maar wat je moet begrijpen is dat het erg onwaarschijnlijk is of een multiversum uberhaupt een wetenschappelijke verklaring is. Aangezien de kans dat we wetenschappelijk kunnen bevestigen of meerdere universums bestaan is erg klein. Een multiversum is niet onderdeel van fysica maar meta-fysica; het is dus onderdeel van filosofie. Sommige filosofen hebben daarom voorgesteld dat in feite het multiversum een manier is voor religieuze cosmologen om te praten over God. Aangezien je in wetenschap het niet over God kunt hebben is het multiversum in zekere zin toch een manier om vanuit cosmologie het te hebben over God. Sommige filosofen hebben zelfs voorgesteld dat er vanuit een theologisch standpunt er in zekere zin ook wel een multiversum moet bestaan. Wat je hierbij moet voorstellen is een soort van “zee van mogelijke universums” die God had kunnen maken, maar alleen dit universum heeft Hij ook daadwerkelijk gemaakt, maar de mogelijkheid voor andere universums bestaan in zeker zin wel naast ons feitelijk universum.

Dus zolang men niet kan aantonen dat er ook daadwerkelijk andere universums bestaan is een multiversum geen verklaring. En tot op heden is er ook geen enkel bewijs dat er andere universums bestaan. Maar er zijn meer problemen met dit idee dan alleen de totale afwezigheid van bewijs. Op de eerste plaats moet je aannemen dat ook daadwerkelijk ieder universum willekeurige andere constantes voor de natuurwetten heeft. Maar zelfs al is dit het geval, stel dat er maar 3 universums bestaan? Dat lost duidelijk niks op. Maar waar baseer je de hoeveelheid van de universums in het multiversum op? Zijn het er 10? 100? 1000? Een miljard? Een triljoen?

Om dit probleem te voorkomen wordt meestal gesteld dat het multiversum oneindig groot is.

Een Oneindig multiversum:

Aangezien het vrij arbitrair is om een multiversum voor te stellen met een specifiek aantal universums probeert men dit probleem te omzeilen door gewoon een oneindige hoeveelheid universums voor te stellen.

Dit lijkt misschien een goede oplossing, want als er een oneindige hoeveelheid universums zijn dan is onvermijdelijk dat er een universum tussen zit met precies deze natuurwetten.

Maar een oneindig universum levert een aantal zware problemen op:

1. Er is geen enkel mechanisme bekend dat een oneindige hoeveelheid universums kan voortbrengen. Aangezien het verkrijgen van een feitelijke oneindigheid door op te tellen (1,2,3,4,5,6,7,8,etc kan nooit oneindigheid bereiken) zou je dus moeten voorstellen dat al deze universums tegelijkertijd ontstaan zijn. De enige hypotheses die er zijn voor een mogelijk mechanisme hebben noodzakelijk een oneindige reeks aan universums achterelkaar nodig want dus een oneindig verleden betekent. We hebben de problemen hiermee gezien in het gedeelte over het kalam cosmologische argument. Als we dan ook nog het ontwerp argument samenvoegen met het Leibniziaanse argument dan zien we dat het bestaan van een oneindige multiversum nogsteeds een externe verklaring nodig heeft.

2. God is een simpelere verklaring dan een oneindig multiversum. Aangezien zowel God als een multiversum filosofische verklaringen zijn kunnen we stellen dat een multiversum geen voorkeur zou hoeven hebben over een God. Vooral niet omdat God een simpelere verklaring is omdat je dan 1 entiteit nodig hebt om 1 andere entiteit te verklaren. Maar in een oneindig multiversum stellen een oneindige hoeveelheid verklaringen voor om 1 entiteit te verklaren.

3. Bovendien is er behalve het probleem van precieze afstelling geen enkele reden om aan te nemen dat er een multiversum bestaat, maar er zijn meerdere redenen om aan te nemen dat God bestaat (Leibniz’ argument, het kalam argument, het ontologische argument, etc).

4. Als er echt een oneindig multiversum bestaat dan zouden we dit net zo goed als een verklaring voor ALLES kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld stel dat je met een stel vrienden zit te kaarten en een van je vrienden heeft 10 keer achter elkaar 4 azen, dan zou je meteen begrijpen dat hij aan het vals spelen is. Maar in feite zou je vriend dan gewoon kunnen zeggen: “Ja maar in dit oneindige multiversum worden dus een oneindige hoeveelheid potjes kaart gespeeld, dus ERGENS moet het toch voorkomen dat iemand 10 keer achter elkaar 4 azen heeft?”
Sterker nog, we hadden net zo goed in een universum kunnen leven waarin er überhaupt geen processen plaats vinden maar waarin alles letterlijk door kans precies zo in elkaar valt, want ook al is iets vrijwel onmogelijk, in een oneindig universum kan in feite alles voorkomen omdat er een oneindige hoeveelheid kansen kunnen zijn. Met andere woorden: er moet ook ergens in een oneindig multiversum, een universum bestaan waarin de wereld precies zo is als bij ons, maar waarin de wereld maar 3 minuten oud is en alles door kans alleen zo in elkaar is gevallen dat er een volledig functionele en miljarden jaren oud lijkend universum zou zijn. Er zou ook een universum moeten zijn waarin iedere work met een dobbelsteen altijd een 6 is. De uitkomst van een dobbelsteen worp is namelijk pure kans, wat wil zeggen dat ergens in het multiversum de uitkomst bij iedere worp toevallig altijd een 6 is. Je kunt je nog wel meer van zulke absurde situaties voorstellen. Wat dacht je van een universum waarin er niks anders bestaat dan 1 stel hersenen die slechts denkt dat hij in een 13.7 jaar oud universum leeft met andere wezens. Het zou dus net zo goed kunnen dat jij dat stel hersenen bent en de hele wereld om je heen slechts in je fantasie bestaat.

5. De specifieke modellen die er zijn voorgesteld om een multiversum te voortbrengen hebben ZELF een precies afgestelde eigenschappen nodig om te kunnen functioneren, dit plaatst het probleem van ontwerp slechts 1 stap terug.

6. Het laatste probleem is dat zelfs in een oneindig multiversum niet noodzakelijk alle mogelijke natuurwetten hoeven voor te komen. Zelfs een oneindigheid kan uit een reeks van eindigheid bestaan. Bijvoorbeeld: 1-2-3-1-2-3-1-2-3-1-2-3...etc
Dit is een oneindige reeks maar er komt slechts 1,2 en 3 in voor.

Universele evolutie:

Er is echter nog een multiversum model voorgesteld door de cosmoloog Lee Smolin. Zijn idee was dat er een evolutie van universums is net zoals biologische evolutie. Zijn idee was dat nieuwe universums ontstaan in zwarte gaten. Dit houdt dan in dat universums die de juiste afstelling hebben om veel zwarte gaten voort te brengen ook meer nieuwe universums voortbrengen. Aangezien ons specifiek universum erg veel zwarte gaten kan voortbrengen zou dat willen zeggen dat dit universum het resultaat is van een lange reeks van kosmische evolutie. En per toeval kan er toevallig ook leven ontstaan in een universum dat goed is in zwarte gaten voort te brengen.

Smolin’s idee wordt echter niet echt serieus genomen onder wetenschappers en de reden hiervoor is dat er geen enkel bewijs voor is en zelfs bewijs TEGEN Smolin’s idee. Zwarte gaten kunnen namelijk zeer hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe universums voortbrengen wetenschappelijk gezien en zelfs al zouden ze het kunnen dan kan een zwart gat nooit genoeg materie inslikken om een groot universum voort te brengen. Zelfs de enorme zwarte gaten in het midden van sterrenstelsel zouden logischer wijze niet een universum voort kunnen brengen dat uit meer materie bestaan dan het sterrenstelsel dat het zwarte gat heeft ingeslikt.

Verder hebben we gezien dat de meeste universums zelfs maar een paar seconden kunnen blijven bestaan of waar er geen contact is tussen de individuele deeltjes. In zulk universum zouden dus ook geen zwarte gaten kunnen bestaan.

Verder zegt huidige wetenschap ons dat materie in zwarte gaten daar daadwerkelijk vast zit en dus niet een nieuw universum kan vormen.

Als laatste geeft het idee van kosmische evolutie alleen maar een tegenverklaring voor ontwerp maar niet God in het algemeen, want zolang bijvoorbeeld het kalam argument en het Leibniziaanse argument nog steeds aantoonbaar waar zijn is het bestaan van God niet weerlegt. Het houdt alleen in dat God niets specifiek zelf ontworpen heeft maar gewoon een proces in gang heeft gezet waarvan Hij wist dat het uiteindelijk intelligent leven zou voortbrengen. Al denk ik dus absoluut niet dat dit het geval is, het blijft echter weldegelijk een mogelijkheid.


Nou dan is er helemaal geen precieze afstelling:

Zoals je inmiddels kunt zien heeft de Atheïst niet veel mogelijke verklaringen meer over. Een van de laatste mogelijkheden die de Atheïst heeft is het ontkennen dat het universum daadwerkelijk een precieze afstelling heeft. De eerste manier waarop Atheïsten dit proberen te doen is te stellen dat het universum maar een slecht ontwerp is. Christopher Hitchens, een van de bekendste hedendaagse Atheïsten, zei dat het universum wel een extreem slecht ontwerp is als maar 0.000001% (ik pak even een willekeurig getal hier) maar bewoond kan worden. De rest van het universum is dodelijk voor ons. Je kunt daarom net zo goed zeggen dat het universum ontworpen is voor sterren of zwarte gaten.

Persoonlijk vind ik dit een erg zwak tegen-argument. In mijn ogen is dit zoiets als zeggen dat omdat maar een klein gedeelte van een zeppelin geschikt is voor mensen om in te zitten dat daarom een zeppelin niet ontworpen is voor het vervoer van mensen of er zelfs niet eens uitziet voor het vervoer van mensen.

Op de eerste plaats is van God’s oogpunt er niet zoiets als “verspilde tijd”, “verspilde moeite” of “een overschot aan ruimte”. Ook al zijn wij de focus van God’s creatie, dat wil niet zeggen dat heel zijn creatie uit ons of dingen voor ons hoeft te bestaan. Het maakt niet uit of wij maar een klein gedeelte van de creatie beslaan of maar een heel kort tijdsbestek in vergelijking met de tijd waarin we nog niet bestonden. Sterker nog, de meeste gelovigen zien juist een enorme “wauw-factor” in de enorme leeftijd en afmeting van het universum. In mijn ogen laat dit enorme universum de glorie en macht van God zien.

Bovendien, wie zegt dat wij het enige leven in het universum zijn? Christendom is dan wel een aardse religie maar dat wil niet zeggen dat er geen ander leven kan zijn dat dezelfde God aanbidt op hun eigen manier met hun eigen variant van wat wij het Christendom noemen.

Maar er is ook een wat technischer manier waarop Atheïsten proberen te ontkennen dat de natuurwetten precies zijn afgesteld. De bekende cosmoloog en Atheist Victor Stenger (schrijver van het boek: God de gefaalde hypothese – hoe wetenschap laat zien dat God niet bestaat) probeerde, via een computer, universum modellen te maken die gebaseerd zijn op andere natuurwetten om te kijken hoeveel je de natuurwetten kan aanpassen. En hij kon 100 modellen maken waarin sterren konden bestaan en lang genoeg konden blijven branden. En zo zijn er nog meer cosmologen geweest die zulke soort experimenten hebben gedaan.

He probleem hierbij echter is dat de modellen geen rekening houden met het ontstaan van het universum zelf en de processen die leiden vanaf het begin van het universum tot aan het mogelijke ontstaan van leven. He klopt dat als we zeg maar nu op magische wijze de zwaartekracht 0.00000000000000000000000000000000000000000000001% sterker zouden maken, dat de sterren daarvan niet in elkaar zouden klappen onder de druk. Zelfs wijzelf zouden amper iets merken. Maar wat Stephen Hawking aangetoond had is dat het universum bij zijn ontstaan meteen door dit verschil in zwaartekracht in elkaar zou klappen. Je zou dus nooit van het begin van het universum tot aan het ontstaan van sterren en leven kunnen komen.

Hugh Ross toonde ook aan dat het probleem met het verijdelen van de afstelling van de groeisnelheid van het universum (de cosmologische constante) hierbij het probleem als het ware met de hand uit de formules wordt gehaald door de formules zelf te veranderen. Maar dit is niet het probleem oplossen, maar slechts het probleem weg formuleren.

Maar... God is geen verklaring!

Zowel Victor Stenger als Richard Dawkins (Dawkins is waarschijnlijk de bekendste hedendaagse Atheïst) zijn echter van mening dat God gewoonweg geen goede verklaring kan zijn voor de precieze afstelling. Richard Dawkins meent namelijk dat als God het universum ontworpen heeft, wie heeft God dan ontworpen? Maar daar komen we nog wel op terug in het hoofdstuk over Atheïstische argumenten.

Victor Stenger echter vind dat het ontwerp argument een “God of the gaps” argument is en alleen maar omdat wetenschap nog geen verklaring heeft voor de precieze afstelling, wil niet zeggen dat God daarom de juiste verklaring is of dat wetenschap er nooit achter zal komen.

Maar we hebben het argument op 2 deductieve manieren gevormd. De eerste was gebaseerd op de mogelijkheden en we hebben bevestigd dat alle andere mogelijkheden zijn afgevallen. En de 2e was een waarschijnlijkheids-argument; dat God de meest waarschijnlijke verklaring is voor de precieze afstelling.

En in feite is het hele ontwerp argument een waarschijnlijkheids argument. Het ontwerp argument stelt niet 100% zeker vast dat God bestaat maar wel dat het waarschijnlijker is dat Hij bestaat dan dat Hij niet bestaat.

En als er geen God is waarom zouden we dan überhaupt natuurwetten en processen verwachten? Als er een God is dan is er ook intentie, maar als er geen God is had er ook net zo goed een wereld kunnen bestaan waarin 1 deeltje bestond dat gewoon voor altijd niks bleef doen.

Misschien is er een onbekende mogelijkheid?

Dat is natuurlijk mogelijk, maar eerlijk gezegd, wat valt er nog meer te verzinnen dan ontwerp, fysieke noodzakelijkheid, kans, een multiversum of kosmische evolutie? Je kunt natuurlijk altijd stellen dat er nog een niet-god verklaring in de toekomst gevonden kan worden, maar in zekere zin is het dan de Atheïst die in feite een “Atheïsme-of-the-gaps argument" gebruikt.

Conclusie:

Als conclusie wilde ik eindigen met de woorden van bekende wetenschappers:


“Somehow the universe knew we were coming."
("het is alsof het universum wist dat we eraan kwamen")

-Freeman Dyson (natuurkundige)



“It’s as if a super-intellect has been monkeying with physics”
("Het is alsof een super-brein gerommelt heeft met de natuurwetten.")

“The universe looks like a put up job”
("Het universum ziet eruit als opgezet spel")

-Fred Hoyle (natuurkundige en bekend atheist!!!)



“There is for me powerful evidence that there is something going on behind it all....It seems as though somebody has fine-tuned nature’s numbers to make the Universe....The impression of design is overwhelming."
("Er is voor mij krachtig bewijs dat er iets achter dit alles zit... het is alsof iemand de getallen van de natuur zo precies heeft afgesteld om het universum te maken... de tekenen voor ontwerp zijn overweldigend.")

“The laws [of physics] ... seem to be the product of exceedingly ingenious design... The universe must have a purpose”
(" de wetten [van de natuur].... lijken het product te zijn ongelooflijk intelligent ontwerp... het universum moet wel een doel hebben."

-Paul Davies (natuurkundige en voormalig Atheist)



Here is the cosmological proof of the existence of God – the design argument of Paley – updated and refurbished. The fine tuning of the universe provides prima facie evidence of deistic design. Take your choice: blind chance that requires multitudes of universes or design that requires only one.... Many scientists, when they admit their views, incline toward the teleological or design argument."
("hier is het cosmologische bewijs voor het bestaan van God - het ontwerp argument van Paley - vernieuwd en verfrist. De precieze afstellingvan het universum geeft ons eersteklas bewijs van Goddelijk ontwerp. Kies maar: blinde kans dat een hele hoop universums nodig heeft of ontwerp dat er maar een nodig heeft.... Veel wetenschappers, wanneer ze het zouden toegeven, neigen naar het teleologische of ontwerp argument")



-Ed Harrison (cosmoloog)


"From the perspective of the latest physical theories, Christianity is not a mere religion, but an experimentally testable science."
("Vanuit het perspectief van de laatste natuurkundige theorieen, is het Christendom niet langer meer een religie, maar een experimentele testbare wetenschap.")

-Frank Tipler (wiskundige)



"Amazing fine tuning occurs in the laws that make this [complexity] possible. Realization of the complexity of what is accomplished makes it very difficult not to use the word 'miraculous' without taking a stand as to the ontological status of the word."
("Ongelooflijke precieze afstelling is te vinden in de wetten dat deze [complexiteit] mogelijk maakt. De complexiteit begrijpen van wat er voltrokken is maakt het erg moeilijk om niet het woord 'wonderbaarlijk' te gebruiken zonder daarmee te impliceren wat dat woord nu daadwerkelijk betekent.")

-George Ellis (astronoom)



"We are, by astronomical standards, a pampered, cosseted, cherished group of creatures... If the Universe had not been made with the most exacting precision we could never have come into existence. It is my view that these circumstances indicate the universe was created for man to live in."
("we zijn, op astronomische gronden, een verwend, vertroeteld, gewaardeerde groep wezens... Als het universum niet deze meest exacte precisie had gehad dan hadden wij nooit kunnen bestaan. Het is volgens mij dat deze omstandigheden aantonen dat het universum was bedoeld voor de mens om in te leven.")

-John O’keefe (astronoom bij NASA)



"When confronted with the order and beauty of the universe and the strange coincidences of nature, it's very tempting to take the leap of faith from science into religion. I am sure many physicists want to.
I only wish they would admit it."

("Wanneer we geconfronteerd worden met de orde and schoonheid van het universum en de vreemde toevaligheden van de natuur, is het heel aanlokkelijk om de geloofssprong van wetenschap naar religie te maken. Ik weet zeker dat vele natuurkundige dit zouden willen. Ik wilde alleen dat ze het zouden toegeven.")

-Tony Rothman (natuurkundige)