zondag 28 maart 2010

Hoofdstuk 2: argumenten voor het bestaan van God (inleiding)

Hoofdstuk 2: Bewijs voor het bestaan van God

Inleiding:

In dit hoofdstuk zal ik argumenten geven voor het bestaan van God, inclusief weerleggingen van tegen-argumenten die gegeven worden door sceptici en Atheïsten.

Voor dat ik deze argumenten kan geven zal ik eerst uitleggen hoe deze argumenten zijn vormgegeven en waar ze op gebaseerd zijn. De meeste mensen weten tenslotte niet hoe filosofie werkt of zelfs maar wat het is.

Filosofie en deductief redeneren:

Filosofie is niet zoals veel mensen denken “nadenken over de zin van het leven”.
Dit is zeker een onderdeel van filosofie maar alleen in de zin zoals rood slechts 1 aspect is van het kleurenspectrum.

Filosofie ligt aan de basis van alle kennis die we hebben. Het is de manier om de wereld om ons heen te kunne begrijpen. Wetenschap bijvoorbeeld is een onderdeel van filosofie (genaamd empirisme). Wetenschap gebruikt data uit de wereld om de wereld te onderzoeken en daardoor te begrijpen. Filosofie gaat echter een stuk dieper. Filosofisch redeneren is niet zo zeer gebaseerd op tastbare data uit de wereld, maar op logica zelf. De wetten van logica liggen aan de kern van filosofie. Hoeveel data we ook uit de wereld kunnen halen, we kunnen er niks mee zonder het toepassen van filosofie.

Het volgende stuk zal een beetje schools overkomen, maar ik ben bang dat het hard nodig is om de feitelijke argumenten te begrijpen.

Een erg sterk punt in filosofie is het zogenaamde “deductief redeneren”. Hierbij gebruik je logische punten om een schematisch argument te maken wat een “syllogisme” genoemd wordt. Laat me hier een voorbeeld van geven:

1. Als ik een knikker uit een knikkerzak haal heeft deze knikker een specifieke kleur
2. Alle knikkers in deze specifieke knikkerzak zijn rood van kleur
3. Conclusie: wanneer ik een knikker uit deze knikkerzak haal is deze knikker rood van kleur


Dit is een erg simpel voorbeeld van een syllogisme maar hoe werkt dit schema nu precies?
Punt 1 en punt 2 zijn de zogenaamde “premissen” of veronderstellingen.
Punt 3 is de conclusie. Als veronderstelling 1 en 2 allebei waar zijn, dan volgt de conclusie logisch en onvermijdelijk. Of je het nu leuk vind of niet. Zolang de eerste 2 punten waar zijn is de conclusie ook waar.





Tenzij de logica zelf niet klopt. Bijvoorbeeld:


1. Als het regent wordt de straat nat
2. De straat is nat
3. Conclusie: het heeft geregend


Dit syllogisme is niet juist aangezien de logica zelf hier niet klopt. Want de conclusie volgt niet noodzakelijk vanuit de premissen 1 en 2. De punten kloppen wel, maar ze volgen elkaar niet logisch op. De reden hiervoor is dat niet alleen regen er voor kan zorgen dat de straat nat wordt. Misschien is er wel een overstroming geweest? Dan is de straat ook nat maar heeft het niet geregend.

Een andere manier om een syllogisme aan te vallen is door de veronderstellingen te weerleggen.

Voorbeeld:

1. Een meter is 110 cm lang
2. Deze specifieke afstand is 220 cm lang
3. Conclusie: de afstand is 2 meter lang


De logica in dit syllogisme klopt wel maar veronderstelling 1 is simpelweg niet waar. Een meter is 100 cm en geen 110 cm. Dit argument is daarom fout omdat het gebaseerd is op een foute veronderstelling.

Dit zijn de 2 manieren waarop een syllogisme kan falen.

Maar zijn echter zowel de veronderstellingen als de logica juist, dan is het argument ook juist en daardoor dus waar.

Dit heet deductief redeneren en kan zelfs tot sterker bewijs leiden dan wetenschappelijk bewijs.

De argumenten voor het bestaan van God zijn op deze manier vorm gegeven. De reden hiervoor is niet alleen maar omdat dit een extreem sterke manier is van bewijs leveren, maar ook om de zogenaamde “God van de gaten” (in het Engels: God of the Gaps) te voorkomen. Redeneren volgens de “God van de gaten” is namelijk om God als antwoord te geven op zaken die we niet begrijpen.

Bijvoorbeeld: We weten niet hoe leven precies ontstaan is, daarom heeft God het gedaan.

Dit is natuurlijk onlogisch. Want je geeft geen enkele reden zo dat God de juiste verklaring is. Hierbij wordt God gewoon geplaatst als antwoord wanneer we geen antwoord hebben. Dit kan natuurlijk niet dienen als bewijs voor God’s bestaan.

Syllogisme voorkomen deze vorm van redeneren omdat God hierdoor juist als een logische conclusie voortkomt uit logische veronderstellingen.
De argumenten die ik hier ga geven zullen God als logische conclusie geven en niet als antwoord op iets dat we niet weten. Zo lang de logica in de argumenten kloppen (de argumenten zijn gemaakt door professionele filosofen dus de logica klopt vrijwel gegarandeerd) en de veronderstellingen juist zijn, dan is God’s bestaan bewezen door deze argumenten.

De Atheïst zal dus moeten proberen aan te tonen dat de veronderstellingen die in de argumenten gebruikt worden niet kloppen. Maar dit is de Atheïsten tot op heden niet gelukt. Ik zal daarom ook de tegen-argumenten van Atheïsten presenteren en uitleggen waarom hun tegen-argumenten niet juist zijn.

Dit is een lijst van de argumenten die ik ga geven voor God’s bestaan:

1. Het Leibniziaanse cosmologische argument van contingentie
2. Het ontologische argument van Alvin Plantinga
3. Het Kalam cosmologische argument
4. Het teleologische argument van ontwerp (precieze afstelling/ fine tuning)
5. Het transcendentie argument van absolute logica en de problemen van naturalisme
6. Het argument van objectieve moraliteit
7. Historische argumenten voor het bestaan, leven, dood en de verrijzenis van Christus
8. Toekomst voorspellingen in de bijbel (profetieën)

Schrik niet van de lange en moeilijke woorden, ik zal mijn best doen alles in simpele taal uit te leggen. Er zijn absoluut meer argumenten dan deze, maar deze vind ik persoonlijk de sterkste.
Argument 1 tot en met 6 zijn algemene argumenten voor het bestaan van God. Argument 7 en 8 zijn argumenten dat de God die bevestigd wordt door de eerste 6 argumenten de Christelijke God is.

De argumenten proberen in het kort dit te bewijzen:
1. God is de verklaring waarom het universum bestaat in plaats van geen universum en God is de reden waarom er iets bestaat in plaats van niets.
2. Als God überhaupt KAN bestaan, dan bestaat hij daadwerkelijk. Dus als er maar een mogelijkheid is dat God bestaat dan bestaat hij ook.
3. God is de oorzaak van het universum. Het universum is een creatie/schepping.
4. Het universum is ontworpen. God is de verklaring waarom er zoveel orde in het universum is in plaats van chaos.
5. God is de noodzakelijke fundering voor de wetten van logica. Het niet-bestaan van God is logisch onmogelijk. Naturalisme is een onlogische positie.
6. God is de reden dat er objectieve moraliteit is. In andere woorden God is de fundering voor het bestaan van Goed en Kwaad.
7. Er is geschiedkundig bewijs voor het bestaan van Jezus, zijn leven en het feit dat hij uit de dood is opgestaan.
8. De bijbelvoorspellingen zijn uitgekomen. Dit is reden om aan te nemen dat de bijbel niet puur het werk van gewone mensen is, maar Goddelijk is geïnspireerd.